historie



In 1950 werd Tibet bezet door de Volksrepubliek China. De invasie en de bezetting van Tibet waren een duidelijke taal van agressie en schending van het internationaal recht. De Dalai Lama, politiek en geestelijk leider van Tibet, probeerde nog negen jaar lang vreedzaam met de Chinezen samen te werken, maar hij slaagde er uiteindelijk niet in de koloniale ambities van China te beëindigen. De systematische schendingen van Tibets grondgebied en de onderdrukking van het volk leidden op 10 maart 1959 tot een nationale volksopstand tegen de Chinezen. Het 'Volksbevrijdingsleger' sloeg de opstand met extreem geweld neer en doodde alleen al in Centraal Tibet meer dan 87.000 Tibetanen. Daarop vluchtten de Dalai Lama, de leden van zijn regering en ruim 80.000 Tibetanen naar India, waar zij sindsdien leven. Nadat de Dalai Lama zich in India had gevestigd, zette hij de Tibetaanse Regering op basis van democratische principes in ballingschap voort. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) werd alles wat met religie en traditie te maken heeft gewelddadig onderdrukt. Het boeddhisme werd verboden, meer dan 6000 kloosters werden leeggeroofd en verwoest, de bewoners ervan gedood, gemarteld of langdurig gevangen gezet. Tegelijkertijd brak er een hongersnood uit, omdat de landbouwopbrengsten werden uitgevoerd naar China en de Tibetanen werden verplicht om van het traditionele gerst over te gaan op geimporteerd graan, waardoor de grond uitgeput raakte.

Naar schatting hebben 1,2 miljoen Tibetanen, wat neerkomt op eenzesde deel van de Tibetaanse bevolking, sinds de Chinese annexatie hun leven verloren door honger, verzet en geweld.

Na 1979 werd een liberalere politiek aangekondigd en werd er veel geld gestoken in economische ontwikkeling. Veel maatregelen werden teruggedraaid en kloosters werden herbouwd, zij het voornamelijk toeristisch aantrekkelijke kloosters. Financiele opbrengsten gaan echter naar de Chinese overheid. Religie wordt onder strenge voorwaarden toegestaan.